Een moeilijke keuze

Medling Academy was een van de eersten die de Opleiding Bijzondere curator in jeugdzaken aanbood in Nederland. In samenwerking met Lianne van Lith, Marieke Lips en het docententeam ontwikkelden wij deze opleiding voor hbo/hbo-plus professionals met veel ervaring in het werkveld.

Deelname aan de opleiding was niet weggelegd voor de minsten: aan de hand van hun CV en achtergrond werd bekeken of geïnteresseerden geschikt waren voor de opleiding. Soms werd besloten van niet; soms kregen mensen extra huiswerkopdrachten om zich beter voor te bereiden. De bijzondere curatoren die wij hebben opgeleid, zijn de mensen waarvan wij geloven dat zij daadwerkelijk het beste voor hebben met kinderen én de capaciteiten hebben om dit vanuit de belangrijke positie als bijzondere curator tot uiting te brengen.

Bovendien ontwikkelden Lianne van Lith en Marieke Lips een eindtoets, zodat na afloop beoordeeld kon worden of de deelnemers het vak voldoende begrepen hadden om tot uitvoering over te gaan. Pas als men deze toets met goed gevolg afsloot kreeg, een deelnemer het certificaat. De opleiding is zo zorgvuldig opgetuigd en vormgegeven om een stevige rol te kunnen neerzetten voor de kinderen die dat nodig hebben.

Naast de opleiding is vanuit Medling de website www.bcjz.nl, inclusief een register, opgetuigd voor bijzondere curatoren met daarbij een beroepscode en profiel voor de bijzondere curator. 

Nieuwe eisen
Onlangs is door (pas recent opgerichte) Stichting Bijzondere Curator Nederland besloten dat er nieuwe eisen aan bijzondere curatoren gesteld worden. Zo krijgen alleen WO-opgeleide bijzondere curatoren toegang tot een register; alle HBO-professionals ongeacht hun kennis en ervaring vallen buiten de boot. In onze ogen zijn de nieuwe eisen niet in het belang van het kind. Het betekent bovendien dat een aantal van onze docenten en oud-deelnemers aan de opleiding, die al jaren het vak uitvoeren en uitstekende resultaten behalen, een nieuwe toets moeten afleggen alvorens zij toegang krijgen tot het register dat door de Stichting is opgezet. Alleen de mensen uit dit nieuwe register worden nog door rechters benoemd als bijzondere curator.

Hiermee gaat een schat aan vakmanschap verloren, terwijl de eerste kwaliteit niet de rechtspraak en kennis van het recht zou moeten zijn, maar de loyaliteit naar het kind en de capaciteit van de bijzonder curator om te communiceren met kinderen. Een verschuiving naar WO, en vooral naar advocatuur zal resulteren in verminderde aandacht voor het kind. Het zal dan meer gericht zijn op het ondersteunen van de rechter in plaats van het kind centraal te zetten. Daarmee wordt het doel van de bijzondere curator - opkomen voor de Rechten van het Kind - niet bereikt. 

Dat wij het hier niet mee eens zijn, hebben wij op meerdere manieren laten blijken, waaronder een open brief in het Echtscheidingsmagazine (zie hier het online magazine). Ook de informatie over alle werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd om de bijzondere curator in Nederland op de kaart te zetten is gedeeld met de stichting. Onze kritische noten mochten helaas niet baten, wat heeft zorggedragen dat wij een verdrietig besluit hebben genomen.

Vanaf heden bieden wij de Opleiding Bijzondere curator in jeugdzaken niet meer aan. De eisen van de Stichting bijzondere curator Nederland gaan voorbij aan hetgeen waar wij in geloven. Dat de Stichting alle door ons met hen gedeelde kennis en ervaring rondom het bijzondere curatorschap van tafel veegt en een eigen koers vaart, doet af aan de grote rol die wij hebben gespeeld. En aan de erkenning van de eerder door ons opgeleide bijzondere curatoren met hbo-niveau.

We hebben gedaan wat ons het beste leek in het belang van het kind en dat blijven we doen. Maar dan op andere manieren.  

Ondertekend,

Margó Spekschoor
Michiel van Zutphen
Tineke Kool
Erna Janssen
Peter Willemze
Martine F. Delfos
Marieke Lips
Lianne van Lith
Paul Roosenstein