Inschakeling bijzondere curator in Jeugdzaken ex artikel 1:250 BW (BCJZ) en de Kindbehartiger (KB)

In de afgelopen vijf jaar is er steeds meer aandacht gekomen voor kinderen die last hebben van de scheiding van hun ouders. Er is onder andere door de ministeries van Veiligheid en Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een platform opgericht dat als doel: “Scheiden zonder schade” heeft. De werkzaamheden van dit platform hebben o.a. geresulteerd in een rapport van oud-minister Rouvoet met de titel: “Scheiden en de kinderen dan”. Dit rapport geeft concrete actiepunten voor alle professionals tijdens het gehele scheidingsproces. Een aantal van deze punten is al direct door de betrokken professionals opgepakt. Een belangrijk doel is dat gekeken wordt naar de positie van kinderen in het scheidingsproces, hoe hun positie te verstevigen en daarnaast te zoeken naar manieren om kinderen te beschermen tegen belasting met volwassen zaken.

Twee van de mogelijkheden om de belangen van de kinderen te behartigen in het scheidingsproces zijn de bijzondere curator in Jeugdzaken(1) en de Kindbehartiger. Beiden worden genoemd in het rapport van Rouvoet. In de praktijk blijkt dat niet iedereen het onderscheid kent tussen beide soorten professionals. Ook lijken sommige scheidingsdeskundigen te denken dat de Kindbehartiger en de bijzondere curator concurreren. Dat klopt niet. Er zijn eigenlijk slechts een paar raakvlakken, die in beginsel niet overlappen. Bij beiden is sprake van belangenbehartiging van kinderen en bij beiden is er een link met het familierecht. 

Op verzoek van deskundigen op het gebied van complexe scheidingen en enkele kinderrechters hebben wij geprobeerd om een korte handleiding te geven voor het inschakelen van beide professionals. We zetten hieronder uiteen wat de rollen van beiden precies zijn en wanneer en hoe ze in te schakelen zijn. Aan de hand van een tweetal casussen laten we zien wanneer aan welke professional kan worden gedacht en welke stappen dan ondernomen moeten worden.

 

Over de bijzondere curator in jeugdzaken en wanneer deze ingeschakeld kan worden:

•    De bijzondere curator wordt altijd benoemd door de rechtbank op grond van artikel 1:250 Burgerlijk Wetboek (BW). In het werkproces benoeming bijzondere curatoren (2)  staat wanneer een bijzondere curator benoemd kan worden: 

a. op verzoek van een belanghebbende (ouders via hun advocaat of als het kind zelf een brief schrijf aan de rechtbank en vraagt om een bijzondere curator) of ambtshalve; 

b. in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige dan wel het vermogen van de minderjarige; 

c. bij strijd tussen belangen van de minderjarige en de belangen van de met het gezag belaste ouder(s) dan wel van de voogd(en);  

d. indien de rechter dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht in aanmerking genomen de aard van de belangenstrijd; 

e. met het doel de minderjarige te vertegenwoordigen zowel in als buiten rechte. 

 

•    Bij de benoeming krijgt de bijzondere curator een taakomschrijving mee. De bijzondere curator moet vervolgens binnen een bepaalde termijn een advies geven aan de rechtbank. Belangrijk voor de bijzondere curator, maar ook voor de advocaat die hem/haar in wil schakelen, is het formuleren van een zo concreet mogelijke opdracht. Wat moet er onderzocht worden? Welke vragen moeten worden beantwoord?

•    De bijzondere curator heeft geen hulpverlenende rol, maar is gericht op het adviseren van de rechtbank. Voor nog meer informatie hierover, zie de website: www.bcjz.nl

•    Door de benoeming door de rechtbank is er geen toestemming van gezaghebbende ouders nodig om met het kind te spreken.

•    De bijzondere curator onderzoekt vanuit de vraagstelling van de rechtbank wat er in het belang van het kind moet gebeuren. Hij/zij spreekt met het kind, met de ouders en met (eerder) betrokken professionals, waarna een advies wordt gegeven.

•    De bijzondere curator is altijd bij de zitting aanwezig, kan uitleg geven over de taakomschrijving en het advies, waarna de rechter een uitspraak doet.

•    De bijzondere curator kan zich uitspreken over de noodzaak van kinderbeschermingsmaatregelen. Hij/zij kan bijvoorbeeld een OTS adviseren, nader onderzoek aanraden en/of verwijzen naar hulpverlening.

•    Nadat de zitting is geweest en een uitspraak is gedaan, rondt de bijzondere curator de werkzaamheden af. Het is belangrijk om aan de bijzondere curator te vragen of deze nog bereid is om aan de kinderen uit te leggen wat de uitspraak is en wat dit voor hen betekent. Zo staat het ook in het werkproces. Daarna eindigt de taak van de bijzondere curator.

•    In geval van een hoger beroep zal een nieuwe benoeming nodig zijn.

•    De bijzondere curator wordt ook in gezet in afstammingszaken (1:212 BW), in vermogensrechtelijke zaken waar kinderen bij betrokken zijn en in zaken over kinderbeschermingsmaatregelen, als de rechter constateert dat er (mogelijk) een conflict is tussen de belang van het kind en de jeugdzorginstelling.

•    Financiering vindt plaats vanuit de Raad voor de Rechtsbijstand, door afgifte van een toevoeging. Benoeming kan op dit moment alleen als de bijzondere curator bij de Raad voor Rechtsbijstand ingeschreven staat, tenzij partijen de bijzondere curator zelf betalen of de benoeming op last van de rechtbank vanuit de Staatskas wordt betaald. Iedere rechtbank heeft zijn eigen lijst met bijzondere curatoren.

•    Vragen om een bijzondere curator buiten de lijst om kan, maar wordt niet snel toegewezen, tenzij alle betrokken partijen het over de keuze eens zijn.

 

Wat is de Kindbehartiger en wanneer kan deze ingeschakeld worden

•    De Kindbehartiger heeft geen wettelijke grondslag zoals de bijzondere curator heeft in 1:212 BW en 1:250 BW. Dit betekent dat er toestemming van de gezaghebbende ouders en/of het kind nodig is om met het kind te praten en begeleiding te bieden.

•    Indien een ouder geen toestemming geeft, is het mogelijk dat de rechtbank o.g.v. artikel 1:253a BW vervangende toestemming afgeeft voor het inschakelen van een Kindbehartiger. Dit is te vergelijken met de vervangende toestemming die een rechter bijvoorbeeld kan verlenen voor een vakantie of verhuizing, wanneer een gezaghebbende ouder niet instemt.

•    De Kindbehartiger biedt een traject van begeleiding/ondersteuning van het kind en de ouders, specifiek in scheidingszaken. De Kindbehartiger gaat uit van de rechten van het Kind zoals vastgelegd in het IVRK.

•    Ouders kunnen de Kindbehartiger benaderen, omdat zij in verband met een scheiding of beëindiging van een relatie willen weten wat er in het hoofd van hun kind omgaat, zicht willen krijgen op de wensen van het kind en omdat zij advies willen over welke zorgregeling passend zou zijn voor hun kind. De Kindbehartiger houdt bij de advisering rekening met de hechting en ontwikkeling van kinderen. Er wordt geen therapie of behandeling geboden.

•    Een school of een Jeugdteam/CJG/OKT kan ouders adviseren om zich tot een Kindbehartiger te wenden.

•    Een Kindbehartiger werkt ook samen met een mediator. De mediator spreekt met de ouders over alle te regelen kwesties in verband met de scheiding (ouderschapsplan, financiën). De Kindbehartiger spreekt met het kind om vervolgens input te leveren voor de te maken afspraken over de zorgverdeling. Een mediator kan kiezen voor de inzet van een Kindbehartiger als hij/zij liever niet zelf met een kind spreekt (bijvoorbeeld omdat er geen of onvoldoende deskundigheid is op het gebied van het spreken met kinderen). Soms wil een kind zelf graag een eigen vertrouwenspersoon hebben om mee te praten.

•    Ook kunnen advocaten hun cliënten erop wijzen dat inschakeling van een Kindbehartiger kan helpen om duidelijk te krijgen over de wensen van het kind en interpretatie daarvan. De Kindbehartiger kan het kind informeren over zijn/rechten en middels een verslag voor de ouders en/of de rechtbank informatie geven over de behoeften en wensen van het kind. Dit vindt plaats aan het begin van de juridische procedure, voordat er een procedure is gestart of er een zitting is geweest.

•    De Kindbehartiger is geen procespartij. Alleen met toestemming van ouders en de rechtbank kan de Kindbehartiger bij een zitting aanwezig zijn.

•    De toestemming voor de ondersteuning wordt vaak geregeld via de advocaten en schriftelijk vastgelegd. Er wordt afgestemd of ook met ouders wordt gesproken of alleen met het kind. Als de ouders daarvoor toestemming geven, kan de Kindbehartiger na een aantal gesprekken een verslag maken dat wordt gebruikt in de rechtszaak. Soms kan door inzet van een Kindbehartiger een rechtszaak worden voorkomen, omdat partijen tijdens het traject overeenstemming bereiken over de zorgregeling.

•    Er worden afspraken gemaakt over de nazorg. De Kindbehartiger kan na de zitting uitleg aan het kind geven over wat er verder gaat gebeuren.

•    Inzet van een Kindbehartiger biedt kinderen een extra mogelijkheid om van hun hoorrecht gebruik te maken (artikel 12 IVRK en 809 Rv). Kinderen kunnen praten met de rechter (afhankelijk van hun leeftijd), door de rechter een brief te sturen of middels de Kindbehartiger laten weten wat zij willen.

•    Ook benadert Jeugdbescherming regelmatig een Kindbehartiger. Dit betreft vaak zaken waarin er al veel trajecten zijn doorlopen en er een OTS is opgelegd, en er behoefte is aan meer inzicht in de wensen en behoeften van het kind. Er wordt dan vaak aan de Kindbehartiger gevraagd om als vertrouwenspersoon op te treden voor het kind en advies uit te brengen aan Jeugdbescherming. Een Kindbehartiger spreekt zich niet uit over de noodzaak van een OTS of een andere kinderbeschermingsmaatregel. Dat is niet de taak van een Kindbehartiger. Wel worden (zorg)signalen in kaart gebracht en wordt inzichtelijk gemaakt wat uit de gesprekken en begeleiding is gekomen, zodat Jeugdbescherming kan beslissen wat verder nodig is.

•    De Kindbehartiger wordt betaald door de opdrachtgever(s), op basis van een uurtarief of een maatwerkprijs voor een traject. Daarnaast is er in sommige regio’s sprake van een raamovereenkomst met de Gemeente of kan financiering via een PGB of onderaannemerschap lopen. De Kindbehartiger bekijkt met de ouders wat mogelijk is.

•    De Kindbehartiger kan zo lang betrokken blijven bij kinderen als nodig is, en in samenspraak met de ouders nazorg bieden en bekijken hoe het met de kinderen gaat.

•    Voor meer informatie: www.kindbehartiger.nl

 

Casuïstiek

Aan de hand van een tweetal casussen leggen we uit wanneer de ene dan wel de andere deskundige kan worden ingezet.

 

Casus Max (naam gefingeerd)

De ouders van Max (7 jaar oud) zijn twee jaar geleden uit elkaar gegaan. Zij zijn samenwonend geweest en hebben samen de erkenning en het gezag geregeld.

Er is geen ouderschapsplan opgemaakt, omdat ouders samen afspraken konden maken en met elkaar konden overleggen over Max. Max is het afgelopen jaar hangeriger geworden, lijkt moeite te hebben met de overgang tussen ouders en huilt meer.

De vader van Max heeft sinds kort een nieuwe partner.

De relatie tussen ouders is veranderd; samen overleggen lijkt moeizamer te gaan.

De sfeer tussen ouders verhardt. Zij maken steeds vaker ruzie. Omdat Max vaker huilt bij de wisseling en aangeeft buikpijn te hebben op een dag dat hij naar vader zou gaan, besluit moeder om hem thuis te houden. Dit wakkert de strijd verder aan.

Beide ouders zijn op het punt beland dat ze de rechter willen betrekken, omdat ze er samen niet uitkomen en de andere ouder hiervoor verantwoordelijk houden. Ze hebben ieder een advocaat in de arm genomen.

De advocaten van beide ouders zijn bekend met de Kindbehartiger. Zij wijzen hun cliënten op de rol van de Kindbehartiger en stellen de ouders voor om de Kindbehartiger te laten onderzoeken wat de behoeften van Max zijn en die input te gebruiken bij het maken van afspraken over de zorgregeling.

Op dit moment kan het inschakelen van Kindbehartiger passend zijn:

-     er is nog geen juridische procedure opgestart en ouders kunnen nog profiteren van hulpverlening;

-     het kind heeft behoefte aan steun;

-     het is nuttig om helder te krijgen wat Max wel en niet prettig vindt;

-     de input over de behoeften van Max kan gebruikt worden als er een procedure wordt gestart.

Via de advocaten wordt contact opgenomen met de Kindbehartiger. Als een ouder niet instemt, kan de juridische weg van 1:253a BW worden gebruikt (vervangende toestemming). Er wordt besproken dat iedere ouder individueel op intake komt.

De overeenkomst Kindbehartiger en de werkdoelen worden besproken.

Hierna worden de kindgesprekken met Max ingepland, waarbij de Kindbehartiger spelenderwijs met Max aan de slag gaat om helder te krijgen hoe hij de zorgregeling beleeft, zijn wensen en problemen te bespreken, uitleg te geven van wat er speelt tussen zijn ouders en te bekijken wat Max nodig heeft. De Kindbehartiger kijkt hierbij naar de hechting en ontwikkeling van Max, de rol van beide ouders in zijn leven, de afspraken die er lagen en geeft advies over wat Max nodig heeft, kijkend naar zijn karakter, ontwikkeling en leeftijd.

Na vier gesprekken wordt het verslag met de ouders besproken, waarna iedere ouder op het verslag mag reageren. Als ouders het eens zijn, gaat deze regeling lopen en kan er na bijvoorbeeld drie maanden geëvalueerd worden.

Het verslag met advies wordt (waaronder als ouders het niet eens zijn) bij het eerste processtuk aan de rechtbank gestuurd.

Tijdens de zitting wordt het verslag met advies van de Kindbehartiger besproken. Er wordt afgestemd dat ouders samen met de Kindbehartiger verder willen bekijken hoe zij de afspraken rondom Max kunnen vastleggen, waarbij de rechter op een aantal punten een knoop heeft doorgehakt. De beschikking van de rechter is het uitgangspunt waarmee de Kindbehartiger verder met ouders gaat werken. De advocaten blijven aan de zijlijn betrokken.

 

Casus Lisa (naam gefingeerd)

Lisa is 14 jaar oud. Haar ouders zijn gescheiden toen zij 7 jaar was.

Er zijn veel conflicten geweest tijdens het huwelijk van ouders, maar ook sinds de scheiding. Lisa’s ouders spreken niet met elkaar. Er zijn al diverse rechtszaken geweest. De rechtbank heeft de ouders opgedragen om te starten met het traject Kinderen uit de Knel, maar na de eerste intake wilden beide ouders niet met Kinderen uit de Knel verder en is het traject gestrand.

Doordat ouders niet meer of beter zijn gaan communiceren, is Lisa zich verder gaan terugtrekken. Haar schoolcijfers zijn gekelderd, zij sluit zich meer af en zoekt vrienden op met wie ze kan blowen.

Lisa’s vader is sinds een jaar verhuisd, 45 kilometer verder van waar zij eerder woonden. Vroeger kon Lisa met de fiets heen en weer tussen haar ouders, maar dat is nu niet meer mogelijk.

Beide ouders hebben een nieuwe partner.

Moeder is vooral bezig met haar nieuwe partner. Moeder is vaak stappen met haar nieuwe partner en is sinds kort drugs gaan uitproberen. Moeder ligt vaak op de bank te slapen als Lisa thuis komt van school, waardoor er geen zicht is op wat Lisa na school doet.

Vader werkt veel en is vaak in het buitenland. De keren dat Lisa bij hem is, moet hij vaak nog werk afmaken of hij moet weekenden verschuiven omdat hij naar het buitenland moet.

School heeft een aantal keer een signaal afgegeven dat het niet goed gaat met Lisa. Doordat school een zorgmelding heeft gedaan, is de Raad voor de Kinderbescherming een beschermingsonderzoek gestart, waarna een OTS is opgelegd. Ondanks de OTS en de inzet van een gezinsmanager is de situatie niet verbeterd.

Er is opnieuw strijd ontstaan tussen ouders over het gezamenlijk gezag. Vader wil het

eenhoofdig gezag aanvragen over Lisa, omdat hij de thuissituatie bij moeder niet vertrouwt en wil dat Lisa volledig bij hem komt wonen. Zijn partner is vaker thuis en kan haar opvangen als hij zelf moet werken.

Moeder is het hier niet mee eens en wil dat Lisa haar hoofdverblijf bij moeder houdt en zou bij voorkeur zien dat vader geen gezag meer heeft, omdat de communicatie tussen hen voortdurend vastloopt.

Er volgt opnieuw een zitting. Tijdens de zitting stelt de rechter vast dat Lisa klem zit tussen de strijd van haar ouders en dat er sprake is van een belangenconflict tussen de belangen van Lisa en de belangen van haar met gezag belaste ouders.

Er is al een OTS opgelegd. De rechter benoemt ambtshalve een bijzondere curator in Jeugdzaken ex. artikel 1:250 BW om te onderzoeken wat in het belang van Lisa is, kijkend naar de zorgregeling, haar hoofdverblijf en eventuele andere aspecten die de belangen van Lisa raken.

Op dit moment is er sprake van een juridische procedure en is het benoemen van een bijzondere curator passend:

-     het is noodzakelijk om te onderzoeken wat in het belang van Lisa moet gebeuren

en welke hulpverlening voor het gezin nog passend kan zijn;

-     er is sprake van een wezenlijk belangenconflict tussen Lisa en de met gezag

belaste ouders, waarbij het van belang is dat er een onpartijdig advies komt aan de rechter.

 

De bijzondere curator gaat op basis van de opdracht van de rechter aan de slag om binnen een gestelde termijn advies uit te brengen. De bijzondere curator ontvangt de processtukken, het Raadsrapport en spreekt al naar gelang de reikwijdte van zijn/haar opdracht met Lisa, met ouders, met school en de gezinsmanager.

Het advies wordt aan de advocaten van ouders en de rechtbank gezonden, waarna tijdens een nieuwe zitting het advies van de bijzondere curator wordt besproken, in aanwezigheid van beide ouders, hun advocaten, de Raadsmedewerker en de bijzondere curator.

De rechter neemt het advies van de bijzondere curator over. Nadat Lisa uitleg heeft gekregen over het advies eindigt de rol van de bijzondere curator.

Er moet voor Lisa aanvullende hulpverlening (therapie) worden ingezet, omdat uit de gesprekken naar voren is gekomen dat zij met onverwerkte trauma’s kampt door de scheiding van haar ouders en zich door beide ouders verwaarloosd voelt. Haar ouders gaan een traject in met ieder een eigen hulpverlener, om te werken aan eigen taken. Moeder doorloopt therapie, leert hoe anders om te kunnen gaan met vader en moet gaan afkicken van de drugs. Vader doorloopt een traject van hulpverlening om anders om te kunnen gaan met zijn ex-partner en de aansluiting te kunnen vinden bij zijn dochter.

 

                                                        

(1) Te onderscheiden van de bijzondere curator in afstammingskwesties (1:212 BW)

(2)  https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Werkproces-benoeming-bijzondere-curator-ogv-artikel-250-boek-1- BW.pdf

 

Door:

Marieke Lips (Kindbehartiger, bijzondere curator, jurist familie- en jeugdrecht, docent – KidsInbetween)

Margó Spekschoor (advocaat Van Kempen c.s. Advocaten)








Reacties op dit artikel:


- Nog geen reacties

Uw reactie, mening:
Vul het volgende veld niet in:
Naam:
Email:
Bericht:

Uw reactie is niet anoniem. Uw IP adres zal worden opgeslagen.